May 4, 2011

Een klein dorpje journalisten houdt dapper stand

Photo by Siddharth Singh on UnsplashDaar is ie weer, het “leger van voorlichters” in Nederland. Althans, volgens de studie “Gevaarlijk Spel” van onderzoekers van de UvA en de bijbehorende media-aandacht. Over de studie op zich kun je van alles vinden, maar ik verbaas me vooral over dat hardnekkige ‘Asterix en Obelix’-beeld dat het oproept: omgeven door legioenen van voorlichters houdt een klein dorpje journalisten dapper stand!

Volgens de studie is het leger voorlichters intussen gegroeid tot ongeveer 150.000 mensen, tegen slechts 15.000 journalisten. Een verhouding van een op tien. Dat kan niet kloppen, lijkt me.

Definitiekwestie
Nu tekent de studie, naar ik begrijp, zelf al aan dat die 150.000 mensen niet allemaal voltijds-persvoorlichter zijn, maar dan nog: waar IS dat leger eigenlijk? Of hebben we het hier over een spookleger?

Laten we eerst even vaststellen wat een “voorlichter” is. Laten we iemand voorlichter noemen als ie gemiddeld twee keer per week een journalist spreekt. Dat is niet zo heel veel; ik zit denk ik zelf op tien en bij bijvoorbeeld een ministerie ligt dat denk ik nog veel hoger. Dus dit is een ruime definitie.

Schattingen
Even twee overgesimplificeerde schattingen, gewoon om een gevoel van de orde van grootte te krijgen:

1. Neem eens aan dat een organisatie gemiddeld 2 van de bovengenoemde voorlichters in dienst heeft. Hoeveel organisaties zouden er in Nederland zijn met persvoorlichters in dienst waar journalisten regelmatig contact mee hebben? 250 politieke organisaties? 1000 lokale/regionale overheden? 500 grote bedrijven? 1000 communicatiebureaus? 250 kennisinstellingen? Dat voelt allemaal als ‘best veel’ en toch kom ik zo niet verder dan 3000×2= 6000 voorlichters.

2. Neem eens aan dat die 150.000 mensen gemiddeld eens in de vijf jaar van baan veranderen. Dan zou er jaarlijks 20 % van die banen vrij moeten vallen: dat zijn 30.000 vacatures, ofwel 2.500 vacatures per maand. Pfoe! Ik zie denk ik een stuk of 10 vacatures met persvoorlichtersfuncties per maand. Ik let niet zo goed op en niet alle banen worden een vacature, dus vooruit, zet er een nul achter: 100 per maand. 1200 per jaar. Dus zouden er wederom ongeveer 6000 persvoorlichters moeten zijn.

3 op 1
Kortom, gewoon rommelend op de achterkant van een bierviltje en met een geheel onwetenschappelijke natte vinger, kom ik op een geschatte verhouding van ongeveer 3 journalisten per voorlichter, in plaats van 10 voorlichters per journalist.

Taken
Voor de goede orde, ik geloof wel dat er 150.000 man in Nederland zijn die een marketing/communicatiefunctie hebben, maar het groepje dat regelmatig contact heeft met journalisten moet veel kleiner zijn. De realiteit is dat het overgrote deel van ons ‘leger’ zelden of nooit een journalist tegen komt.

Marketing- en communicatiemedewerkers ontwikkelen huisstijlen, advertenties, websites, interne communicatiemiddelen en zo nog tientallen bezigheden die zeer nuttig zijn, maar niets met journalistiek te maken hebben.

Oorlogstermen
Maar wellicht nog het meest stoor ik me aan de ‘oorlogstermen’: het beeld van twee tegen over elkaar staande partijen. Terwijl er in de praktijk vaak redelijk harmonieus samengewerkt wordt, in het belang van beide partijen.

Daarmee wil ik niets afdoen aan het feit dat persvoorlichters over de jaren een grotere invloed op de nieuwsvoorziening hebben gekregen, en dat het nieuwsproces niet altijd goed gaat – met frustraties aan beide kanten. Maar laten we beginnen met de dingen in het juiste perspectief te zetten.

Michel, Persvoorlichter (outnumbered by a factor 3)

Photo by Siddharth Singh on Unsplash

Share

You may also like...

11 Responses

  1. Rolf Hut says:

    Hoi,

    Heb je de publicatie (ik kon hem online niet vinden) zo ja, uit welke bron haalt ze haar 150.000? Een bestaande (cbs?) enquete, of een zelf uitgevoerde enquete? In beide gevallen is de vraagstelling nogal relevant (en die bepaald dan indirect de definitie van “woordvoerder”). Is lastig om een oordeel te hebben over haar werk (of jou kritiek daarop) zonder die gegevens.

    Hmm, misschien moet ik maar eens een vurig blog schrijven over algemene datavrijheid…

    Rolf

  2. Michel says:

    @Rolf Die 150K komt uit de studie, maar mijn kritiek -als je het zo wilt noemen- is niet zozeer op het onderzoek zelf, maar vooral op het ‘frame’ dat er door de onderzoekers aan gegeven wordt, een frame dat door media (zie nrc) onmiddelijk wordt overgenomen. Beeldvorming dus.

    En kom maar op met dat vurige weblog, ben benieuwd :->

  3. Rolf Hut says:

    Dit heb ik kunnen vinden:

    Dat was te kort door de bocht, benadrukken de onderzoekers in de eindversie. Ja, zij schatten het aantal PR-professionals in Nederland op 135- tot 156.000, tegen tien- tot vijftienduizend journalisten. Maar een groot deel van dat enorme PR-leger doet aan interne communicatie, gericht op de eigen medewerkers van een organisatie, of aan marketingcommunicatie voor klanten en consumenten, en heeft dus nooit met journalisten te maken. Wel staat vast dat het aantal journalisten de laatste tien jaar gelijk is gebleven, terwijl de PR-sector enorm is gegroeid ten opzichte van de vorige schatting (uit 1999: 55.000 professionals). Gezamenlijk maken al die PR-mensen inmiddels 11.500 verschillende relatiebladen met een totale oplage van een half miljard stuks, tien keer zoveel als de vijftig miljoen exemplaren van de tweeduizend dag- en weekbladtitels.”

    Op http://gevaarlijkspel.denieuwereporter.nl/het-strategisch-tekort-van-de-journalistiek-verplichte-kost-voor-mediastudenten/

  4. Michel says:

    @rolf De vraag blijft hoeveel voorlichters er nu precies zijn, want het gaat hier toch over de interactie tussen journalisten en voorlichters. Daarbij is het getal 150 duizend niet relevant, daarover is iedereen het eens. Maar hoeveel dan wel? Ik ben daar erg benieuwd naar…

  5. Mark Beekhuis says:

    “Neem eens aan dat een organisatie gemiddeld 2 van de bovengenoemde voorlichters in dienst heeft.”

    Ik heb ook geen cijfers. Maar 2 voorlichters zou wel eens een erg conservatieve schatting kunnen zijn. Toevallig kwam ik de lijst van het ministerie van Financiën tegen:

    Directeur Communicatie
    Eerste Woordvoerder minister
    Woordvoerder Generale Thesaurie
    Woordvoerder Rijksbegroting
    Woordvoerder Kredietcrisis
    Persvoorlichter Financiën
    Teamleider/ Eerste woordvoerder Fiscale team
    Woordvoerder Fiscale Zaken
    Persvoorlichter Fiscale Zaken
    Woordvoerder Belastingdienst
    3 x Persvoorlichters Belastingdienst
    Persvoorlichter Douane
    Persvoorlichter FIOD -ECD
    Persvoorlichter Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf
    Persvoorlichter Domeinen Roerende Zaken

    Dat is 17.

    Of neem de Universiteit Utrecht:

    Woordvoerder college van bestuur
    3 x Persvoorlichter
    10 x Facultaire voorlichter

    Telt op tot 14.

    Kijk ik bij de TU Delft:

    2 x Woordvoerders/persvoorlichters
    Persvoorlichter ondernemerschap en kennisvalorisatie/public affairs
    4 x Wetenschapsvoorlichter

    Totaal 7.

    Politie Amsterdam-Amstelland:
    Hoofd communicatie
    5 x Pers- en externe voorlichting

    Totaal 6

    Of Philips (en dan alleen het deel dat zich op Nederland richt)

    Hoofd Communicatie / woordvoerder algemene zaken
    Sr. Communicatiemanager / woordvoerder algemene zaken
    Sr. Manager PR / woordvoerder Philips Consumer Lifestyle
    Communicatie Manager / woordvoerder Philips Healthcare
    Communicatie Manager / woordvoerder Philips Lighting

    5 mensen (+ 9 voor de rest van de wereld)

    Het is geen representatieve steekproef, maar het gemiddelde van deze bedrijven is ook zeker geen 2.

  6. michel says:

    @Mark
    Goed punt, hoewel dit iig voor ons deel een beetje een papieren werkelijkheid is. Kijk je naar de wereld achter die cijfers, is het beeld anders. De TU heeft geen 7 fte voor pure persvoorlichting, de betrokkenen (meeste parttime) hebben namelijk veel meer taken die niet met pers te maken hebben. De faculteitsvoorlichters van Utrecht doen volgens mij vooral studentenwerving.
    Hier schuilt dus ook een definitiekwestie achter.

    Verder heb je natuurlijk gelijk dat er in Den Haag veel persvoorlichters rondlopen, maar ik heb het vermoeden dat het daarbuiten snel veel lagere getallen worden. Bij gemeentes zijn ze nog ruim gezaaid, bij rechtbanken, maar daarna? En bij bedrijven moet je toch naar de multinationals kijken voor je een persafdeling vindt, en die zijn ook niet ruim gezaaid.
    Voor de eerste paar honderd is 2 zeker te weinig, maar daarna droogt het volgens mij heel snel op…

    Maar ik ben wel benieuwd naar je perspectief overigens: met hoeveel persvoorlichters hebben jullie in de dagelijkse praktijk vanaf de nieuwsredactie te maken? Als je alle PR bureau’s even weg laat?

  1. January 10, 2013

    […] ik regelmatig omdat ze aansluiten bij terugkerende discussie. De meest gerecyclede is deze over ‘het leger van persvoorlichters’. Regelmatig duikt het beeld weer op van ‘die 150.000 gemene persvoorlichters die ten strijde […]

  2. March 1, 2013

    […] (niet iedere communicatieprofessional houd zich namelijk bezig met pers/media), onder andere door collega communicatiemannetje Michel van Baal maar toch is dit de nieuwste bijbel waarmee journalisten voorlichters momenteel om de oren slaan. […]

  3. September 5, 2014

    […] dus die kun je niet allemaal even hard laten communiceren. Daarnaast wordt het fameuze ‘leger van voorlichters’ niet bepaald vanuit de universiteiten gevoed. Op centraal niveau houden vaak niet meer dan twee […]

  4. September 14, 2014

    […] van de journalsitieke vrijheid, hmm, dat voelt bij mij wel een beetje als slachtofferdenken, hoor (Waar heb ik dat toch eerder gehoord?). Kom op Maarten, we zijn met ongeveer 100, verdeelt over pakweg 50 instituten. Die bedienen jullie […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.