April 4, 2019

Trap niet in de valkuil

“De grootste vijand van populisme is kennis. Daarom ageren ze ook zo hard tegen wetenschap, onderwijs en journalistiek”, twitterde journalist Chris Klomp een paar dagen geleden. Hij heeft gelijk. De strategie van populisten is gebaseerd op het ondermijnen van het vertrouwen in autoriteiten, waaronder de wetenschap. Dat is zorgelijk en roept de vraag op: hoe moeten wij daar vanuit de wetenschap mee omgaan? In ieder geval niet door ons terug te trekken uit het debat, hoe onveilig het publieke domein door de aanvallen van populisten, meldpunten tegen indoctrinatie en trollenlegers mogelijk ook voelt. En zeker ook niet door terug te schelden, zoals helaas wel te vaak gebeurt. Maar hoe reageren  we dan wel op populistische retoriek? Volgens mij zit de sleutel in strategisch omgaan met drie soorten gedrag in het debat.

Laten we eerst even vaststellen dat de groep mensen die populistische stromingen NIET steunt in Nederland nog steeds veel groter is dan de groep mensen die gevoelig zijn voor populistische retoriek. De belangrijke reden om aanwezig te zijn en te blijven in het debat is niet per se om populisten te overtuigen (dat zal niet lukken), maar vanwege al die andere mensen die meestal wel open staan voor argumenten. Ze luisteren mee in het publieke debat, ze vertrouwen het democratische systeem en zijn instituties nog steeds vrij goed.

Dat is ook de reden waarom ‘terugschelden’ een heel slecht idee is. De grote stille middengroep verwacht dat autoriteiten zoals de wetenschap (maar ook de overheid, de journalistiek en politieke middenpartijen) het spel netjes spelen. Wat we zeggen moet kloppen, en als we iets niet precies weten, dan moeten we dat zeggen. Doen we dat niet, dan verliest het brede publiek uiteindelijk het vertrouwen in die autoriteiten.

Voor populisten geldt dat niet. De achterban van bijvoorbeeld Donald Trump blijkt het helemaal niet erg te vinden dat hij liegt, honderdtachtig graden draait of de regels van het spel halverwege verandert. Het blijkt mensen die hun vertrouwen in het systeem verloren hebben niet uit te maken: ze blijven achter de populistische leider staan.

Dat maakt een debat met een populist een frustrerende en vrij zinloze bezigheid. Het betekent ook dat proberen aan te tonen dat een populist ‘niet deugt’ een heilloze weg is: uiteindelijk wint de populist dat spel altijd. Er is geen ‘level playing field’, de regels zijn niet aan beide zijden hetzelfde.

Met verwijten, terugschelden, of het plakken van stickertjes op mensen schieten we niks op, wellicht is het daarom beter om onderscheid te maken in drie soorten gedrag en te kijken hoe we daar mee zouden kunnen omgaan:

1. Provocateurs

De eerste vorm van gedrag is de provocatie. Er zit zeker op sociale media een grote, meestal anonieme groep mensen die het vooral om de reactie gaat, en in mindere mate (of niet) om de politieke standpunten. Ze roepen precies datgene waarvan ze weten dat anderen ervan over de zeik raken. Voor deze groep is media-aandacht de absolute kers op de taart, dan gaat in de krochten van het internet de vlag uit. Of ze het allemaal ook menen, lijkt voor deze groep bijzaak. Het shockblog Geenstijl is er groot mee geworden, zeker in de beginperiode waarin ze het wisten te combineren met een ironische, klierige vorm van humor.

Een indoctrinatie-meldpunt voor het onderwijs valt voor mij in deze categorie. Het doel van de initiatiefnemer is creëren van ophef, en dat lukt alleen als wij happen. En dat doen we. Sterker: we eisen massaal van onderwijsbestuurders dat ze publiek afstand nemen. Dat voelt wellicht moreel goed, maar zo maken we het meldpunt journalistiek relevant en is het eind van het liedje dat de initiatiefnemer bij Jinek mag aanschuiven. 1:0 voor de provocateur. En helaas, als iets eenmaal op de radar van de journalistiek staat als ‘nieuws’, is elke nieuwe ontwikkeling, zoals een ‘melding’, ook nieuws. Dus gaat het nog 2-0 worden, en 3-0, en 4-0.

Voor provocateurs is elke vorm van aandacht winst. Maak het niet groter dan het is (een eenmansactie), en als negeren niet meer kan reframe dan. In dit geval lijkt me de goede reactie te onderstrepen dat we het volste vertrouwen hebben in het zelfstandige kritische denkvermogen van studenten, daar leiden we ze voor op. Zodra er concrete meldingen komen wordt het anders, dan moeten we vierkant achter docenten gaan staan (zoals het Veenlanden College deed) en een pittig gesprek voeren met de melder.  Maar tot die tijd: negeer provocaties.

2. Machtsdenkers

De tweede vorm van gedrag is machtsdenken. De koning in deze categorie: Steve Bannon, maar Thierry Baudet valt wat mij betreft ook in deze categorie. Dit zijn mensen met een agenda en een belang, die strategisch opereren. Dit zijn ook de mensen die bewust (of onbewust) de trollenlegers ‘sturen’, die bevolkt worden door mensen uit de andere twee categorieën van gedrag. Machtsdenkers kunnen we niet negeren, maar in discussie gaan met deze categorie is frustrerend en zinloos: ze spelen het spel niet volgens onze regels. Met modder gooien of verwijten maken is een slecht idee, je maakt de andere partij alleen maar relevanter. De enige zinvolle route is proberen uit te leggen waarom een populist bepaalde dingen zegt, en wat die daarmee wil bereiken: duiding.

Een indoctrinatie-meldpunt zouden we volgens mij moeten negeren, maar Baudet die in z’n verkiezingstoespraak de aanval opent op universiteiten, dat kun je niet voorbij laten gaan. Daarvan moet je uitleggen waarom je denkt dat Baudet dat doet, en waarom je dat voor de maatschappij en democratie heel zorgelijk vindt.

3. Verontruste burger

De derde vorm is boosheid, ongerustheid of verontwaardiging. Dit komt uiteraard het meest voor, al krijgt het gedrag van 1 en 2 de meeste (media)aandacht. Gewone burgers die boos, verontwaardigd of teleurgesteld zijn, uiten dat soms anoniem, soms niet. Ze uiten hun ongenoegen, reageren op groep 1 en 2, maar zijn niet altijd uit op provocatie. Het zijn vaak mensen die het gevoel hebben dat de overheid er niet meer voor hen is, ze vertrouwen het systeem niet meer. Als iemand opstaat die zegt dat hij het systeem wil slopen (‘drain the swamp!’) , dan vinden ze dat best: slechter zal het voor hen niet worden, alleen voor ‘de elite’. Het zijn niet alleen laagopgeleiden; een deel van deze groep is hoogopgeleid en succesvol, maar gefrustreerd door het systeem.

Met deze groep moeten we in gesprek. Het is dan wel goed om te bedenken dat je niet alleen praat niet tegen die boze, soms anonieme twitteraar, maar ook tegen de stille meeluisterende groep. Mensen met twijfels, en soms wat minder uitgesproken meningen. Wellicht overtuig je je boze gesprekspartner niet, maar wel iemand anders.

Ik ga regelmatig op Twitter het gesprek aan met mensen buiten mijn filterbubbel’; soms begint dat agressief, maar heel vaak eindigt dat veel constructiever. Mensen blijken veel genuanceerder te denken, als de boosheid eenmaal een beetje uit het gesprek is gelopen.

In de praktijk kun je die grenzen vaak niet zo scherp trekken. Je hebt altijd mensen die gedrag van meerdere groepen vertonen. En een provocateur zal natuurlijk altijd doen alsof ie het echt meent. Toch is het denk ik niet heel moeilijk om te voelen of iemand relt, een machtsspel speelt, of boos en bezorgd is. Op basis van dat onderscheid kunnen we inschatten met welke mensen we wel, en met welke mensen we niet in gesprek gaan. Met categorie 1 en 2 heeft dat gewoon geen zin, daar zit geen ruimte voor dialoog. Bij de derde groep is die ruimte er wel.

Er is werk aan de winkel, want we mogen niet toekijken hoe het populistische kamp autoriteiten zoals de wetenschap, het onderwijs en de journalistiek uit het maatschappelijke debat probeert te jagen. Populistische strategieën zijn in mijn beleving eng,doortrapt en ontzettend effectief.

Maar: het is wel goed om te bedenken dat ze alléén  effectief zijn als wij in de opgezette valkuil trappen. Laten we proberen dat vooral niet doen.

Michel

Photo by Nicolas Cool on Unsplash

Share

You may also like...

1 Response

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.