October 7, 2013

Hijgend achter de zonnewagen aan…

En dan denk je ook, ach, een beetje communiceren over zo’n zonnerace, hoe moeilijk kan het zijn. Nou, heul moeilijk. En dat ontdek je pas als je het ter plekke moet doen. Na wat geploeter samen met collega @tonboon, zie ik drie redenen waarom dat nog helemaal niet meevalt. Terwijl ik dit schrijf is de World Solar Challenge bijna halverwege en zit ik met het Nuon Solar Team in het hart van Australie.

Probleem 1: Internetverbindingen
Vrij cruciaal, toegang tot internet, ftp etc. Het lastige van zonneracen is NIET dat er geen internet is. In tegendeel: 4G is hier de standaard en de bytes vliegen je om de oren. Het is alleen niet overal. En heel frustrerend: je hebt het wél als je geen tijd hebt, en níet als je het heel erg nodig hebt (zoals gisterenavond).

Als je van noord naar zuid door Australie rijdt kom je heel af en toe een 4G mast tegen. Soms, maar niet altijd, bij tankstations en in de grotere plaatsen (per dag kom je twee ‘grotere’ plaatsen tegen. Een ‘grotere plaats’ begint overigens al bij  600 mensen hier, alles is betrekkelijk. 99% van de tijd kijk je aan tegen het hatelijke ‘geen netwerk’.

De regels van de World Solar Challenge schrijven voor dat je om 17.00 u moet stoppen langs de weg. Dat is het moment dat je tijd hebt en dat je de video en van de foto’s met de wereld kunt delen. Maar ja, de kans dat je precies dan internet hebt is heel klein, dan heb je stom geluk. Gisteren stonden we 90 km van een goeie 4G verbinding. Voor gisteren dacht ik dat je dan wel een stukkie kunt doorrijden, maar dat blijkt heel onverstandig. De reden: Kangoeroes. Ik heb gisteren een paar kilometer gereden in het donker en een stuk of vijf Walibi’s gezien langs de weg. Vanochtend vroeg moest Meteo drie slachtoffers van de weg scheppen, waarschijnlijk vannacht geschept door Road Trains (de lange vrachtwagens die hier rondrijden). Een Walibi aanrijden is een klap, maar een Kangoeroe is ongeveer de massa van een klein paard. 90 km rijden in het pikkedonker, en 90 km terug? Heel slecht idee.

Er is wel een alternatief: de BGAN, een internetverbinding via satelliet. Dat is duur, en dat niet alleen, het is in Australie tergend traag: gisteren haalden we met moeite 8 kb/s. Een paar foto’s gaat nog wel, maar video is een probleem. Bovendien is het een shared service, dus gebruiken alle teams het ook. En dan wordt het nog trager.

Daarom schrijf ik dit in de auto bij de laatste controlstop, want daar is 4G. Hier pompen we vanuit ons ‘mobiel kantoor’ de video omhoog (dat geeft me even tijd voor een blogje), waarna we voor het donker nog een halfuurtje rijden naar het kamp. Hopelijk staat er dan eten voor ons klaar. Werken bij het Nuon Solar Team vraagt flexibiliteit.

Probleem 2: Snelheid
We hebben twee mediawagens bij ons en de taak van die wagens is om de race in beeld te brengen: foto en video (via sociale media en verspreiding naar de media). Dat betekent dat je af en toe langs de kant staat om Nuna7 te filmen, maar je wilt ook wat shots draaien van de concurrentie. En dat is lastig, want als je een half uur wacht om de achtervolgers te filmen, moet je daarna dat gat wel weer dichtrijden. Nuna7 rijdt momenteel rond de 100 km/u, en de max snelheid is 130 km/u (en dat wordt gecontroleerd). Reken maar uit, je moet je dag strak plannen om enerzijds je materiaal te kunnen schieten, en anderzijds je konvooi niet uit het oog te verliezen. Gelukkig zijn er de verplichte controlstops waar alle teams 30 min moeten stilstaan. Vaak komen we daar hijgend aan, om zo snel mogelijk weer te vertrekken (oja, en DAT waren dus de plekken met internet he. Zie 1).

3: geen overzicht.
Wij zijn natuurlijk niet de enige in de race, maar vooraan in de race heb je geen idee wat er op een half uur achter je gebeurt. Zodra je weg bent van de controlstop, waar je dus een hal uur stilstaat, ben je eigenlijk blind. Wie loopt er op je in? Wat doet de concurrentie achter je? Wat is het ‘verhaal’ van de dag? Je hebt heel weinig informatie.

Oh, en dan zijn er nog een paar kleinigheden. Te weinig slapen is er eentje, al compenseert de adrealine dat dan wel weer. Irritanter is dat je de outback je af en toe gek wordt van de vliegen. Niet een paar, nee, honderden. En ze zitten bij voorkeur bij je oor. Terwijl je even goed wilt nadenken, of een foto probeert te maken. Oh ja, en je krijgt nauwelijks KOFFIE. 😉

Ik ga vast lobbyen voor over twee jaar….

Michel

PS: en net DEZE avond hebben we wel bereik in het kamp. Dus kan ik ‘m meteen posten

Share

You may also like...

5 Responses

  1. Tom L says:

    Puntje 3: Overzicht.
    Dat is meteen de afknapper voor het volgen op het thuisfront, als dat wat overzichtelijker was, dan kreeg de ‘live’ race ook wat meer spankracht.

  2. Marjon Akkerman says:

    Bedankt voor je informatieve, zeer prettig leesbare info. Heb als ouder/moeder van Luuk zo veel meer ‘beeld’!

  3. MBB says:

    Dus, volgende keer een setje drones, eentje als 4G vliegende proxy-server en eentje om achterliggers mee te filmen?
    Dan kan Delft vliegtuigbouw ook mee doen. (ook op zonneenergie natuurlijk 😛 )

    Maar serieus, kunnen jullie je resorces niet poolen; dat er bij een wifi-spot iemand achterblijft om alls te uploaden en dan door een vogwagen van een van de andere teams opgepikt wordt, en dan later weer opgehaald wordt (of met zo’n road-train een lift krijgt ‘s nachts)

    Veel succes, en bedankt voor de uitleg en de interressante clips.

  4. Boeiend verhaal Michel. Nu begrijp ik ook veel meer over de communicatie (on)mogelijkheden.

  5. robert portier says:

    Als die koffielobby lukt rijdt er de volgende editie dus een barrista mee met het konvooi. Klinkt als een mooi plan!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.