December 14, 2014

‘Ja, maar wat HEB je d’r an?’

Photo by Ehimetalor Unuabona on UnsplashOphef wederom. Uit een Britse studie bleek dat een groot deel van de ‘overdrijvingen’ van claims in medisch nieuws al ontstaan in het persbericht. Dat was uiteraard weer voer voor het gezelschapsspel ‘Bash de Voorlichters (/ Journalisten)!’ en spekkie voor het bekkie van Maarten Keulemans, mijn favoriete luis in de pels der wetenschapsvoorlichters. Die was er als de kippen bij was om het ook maar meteen naar Nederlandse universiteiten en voorlichters te generaliseren. Hopsakee. Is de discussie hiermee beslecht? Zijn wij het inderdaad, die vermaledijde voorlichters, die al die rare hypes en ontsporing in de media veroorzaken met onze verdorven persberichten? Welnee natuurlijk. Of in ieder geval: niet alleen.

Dwingende sleutelvraag
Ik herken het wel, het proces van ‘wetenschap naar media-aandacht’, gaat wel eens mis. Dat is volgens mij zelden echt opzet, er ligt een fundamenteler probleem onder: de kernvraag van de journalistiek sluit niet lekker aan op de aard van de wetenschap. Linksom of rechtsom, elke keer als ik bezig ben een wetenschapsverhaal in de media te krijgen, duikt weer die ene dwingende sleutelvraag op: ‘Ja maar, Professor, wat HEB je daar dan aan?’. En die vraag is een worsteling voor veel wetenschappers, want de crux van wetenschap is nu eenmaal dat je de uitkomst vooraf nog niet kent (Elektriciteit bijvoorbeeld). Maar de journalist moet hem, uitzonderingen daargelaten, beantwoorden.

Worsteling
Mijn vermoeden is dat veel van de ‘overdrijvingen’ van claims in de media vooral voortkomen uit de worsteling met de ‘wat heb je er aan?’-vraag. Die worsteling vindt op elk niveau plaats: allereerst is er de wetenschapper zelf, die zichzelf deze vraag tegenwoordig ook moet stellen bij  financieringsaanvragen. De voorlichter anticipeert in zijn gesprek met de wetenschapper ook al op die vraag, want die weet uit ervaring dat een nieuwsredactie ‘m onmiddellijk gaat stellen. Logisch, want de ontvanger van het nieuws, het publiek wil dat nu eenmaal  weten1. En met zijn allen voelen we wel aan dat die ‘dat weten we nog niet precies’ niet erg bevredigend gaat vinden. Met zijn allen moeten we een aanvaardbaar compromis weten te vinden, en dat lukt niet altijd.

Nuance
Daarbij verdwijnt ‘voorbehoud en nuance’ in het proces meestal stapsgewijs. De tekst van de wetenschapper zit er vaak nog wel vol mee, de voorlichter draait dat al iets terug vanwege de (on)leesbaarheid van de tekst, de journalist haalt het er meestal grotendeels uit, en in vervolgverhalen van andere media (media berichten nu eenmaal graag over wat andere media nieuws vonden) is het helemaal weg. Het past niet in 400 woorden/30 seconden en de lezer/luisteraar houdt nu eenmaal van kort en lekker concreet.  En ach, meestal is dat ook helemaal niet zo erg, maar als het bijvoorbeeld over mogelijke nieuwe therapieën voor kanker gaat, dan is het wel van wezenlijk belang dat het helder blijft in welke fase van toepasbaarheid het zit. Al is het maar om patiënten geen valse hoop te bieden.

Eigen boezem
De hand in eigen boezem: het gebeurt mij natuurlijk ook. In het Majorana-verhaal bijvoorbeeld schoot ik door met de ‘Wat heb je er aan?’ vraag, door donkere materie er bij te slepen, in een poging uit te leggen waarom dit onderzoek relevant is. Dat kwam me terecht op kritiek te staan.

Een eenduidige, eenvoudige oplossing is er natuurlijk niet.  Goede voorlichters zijn de watermannetjes van dit probleem: ze moeten de wetenschappers voorbereiden op de ‘wat heb je d’r an?’-vraag en de journalist op de noodzaak tot nuancering. En een verhaal soms gewoon laten liggen. Dat voorkomt meestal al een boel ellende. Daarnaast moeten  we elkaar scherp houden. Blogs, initiatieven als next.checkt, de zoutkorrel-check, ze kunnen er wat mij betreft niet genoeg zijn.

Je zou dus kunnen concluderen dat ook die rituele robbertjes vechten op twitter met Maarten ook ergens goed voor zijn. DAT heb je daar dus an. Is die vraag ook weer beantwoord. En verder: wat Ed Yong zegt.

Michel

1 Ja, er zijn  uitzonderingen. Er zijn onderwerpen waarbij de Waarom vraag er niet toe doet, maar dan moet de menselijke fascinatie hoog genoeg zijn. Dinosauriërs, sterrenkunde, en natuurlijk ‘poep’: bij die klasse onderwerpen kan iets nieuws worden zonder dat de ‘wat heb je er an?’ vraag gesteld hoeft te worden. Maar dat is een kleine minderheid.

Photo by Ehimetalor Unuabona on Unsplash

Share

You may also like...

1 Response

  1. Roy Meijer says:

    Vandaag uitgebreid in de media het verhaal over de ontsnapping uit Alcatraz. Toen ik hierover vorige week een redactie belde, was inderdaad echt letterlijk de vraag ‘en wat hebben we er aan?’. Als automatisme, omdat dat blijkbaar nou eenmaal de vraag is die je hoort te stellen als het gaat om iets met wetenschap. Terwijl dit bij uitstek een onderwerp is waar we eigenlijk helemaal niets aan hebben. Het is gewoon gaaf dat onderzoekers met simulaties hebben laten zien dat ontsnapping uit Alcatraz mogelijk is. Niets nuttigs aan, gewoon leuk, cool.
    Ja, je kunt iets brommen over gouden driehoek, triple helix, Hollands Glorie in het buitenland, en natuurlijk hebben we daar wel wat aan, maar dat was nou net niet helemaal het punt van dit nieuws.

    Soms kan het gewoon zo zijn dat je aan onderzoek niets hebt, maar dat het dan toch nog steeds erg gaaf is. Misschien wel een aardige boodschap in deze tijd van de Wetenschapsvisie 2025.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.