March 3, 2019

Hoe zorg je voor de juiste vraag?

Elke mediatrainer zal het je vertellen: de kern van een goed interview is goede voorbereiding. De nadruk in sommige trainingen ligt vooral op ‘kernboodschappen en bruggetjes’, en dat is jammer: dat zijn de meest lompe instrumenten die je als geïnterviewde tot je beschikking hebt. Ik leer je ze ook, maar zeg er ook iets bij: je moet dit wel kunnen, maar idealiter niet doen. Want ja, met ‘bruggetjes’trek je de controle naar je toe, maar het kost je meestal wel ‘sympathiepunten’. (lees: controle en sympathie).

Het is veel beter om ervoor te zorgen dat de journalist de vragen stelt die je graag wilt beantwoorden. Daarvoor zijn drie fases van de voorbereiding heel belangrijk. De laatste, de effectiefste, wordt vaak over het hoofd gezien.

Bruggetjes
‘Bruggetjes’ zijn taalkundige trucjes om een verbinding te maken tussen de vraag en het punt dat je wilt maken (je ‘kernboodschap’) . Het kan op heel veel verschillende manieren, bijvoorbeeld door de gestelde vraag netjes te beantwoorden (!) en daarna te zeggen dat je iets anders in dit kader veel relevanter/belangrijker vindt. Als deskundige mag je dat, je bent immers deskundig (we hebben het hier even niet over crisiswoordvoering).

Ikzelf hou erg van associëren met een vraag: je pikt er een element uit dat aansluit bij je punt en je associeert naar je punt toe. Zo stel ik tijdens trainingen in de bruggetjesoefening altijd iemand de tamelijk idiote vraag: ‘Eet u nog inktvisringetjes, nu gebleken is dat ze uit varkensanus zijn gemaakt?’. Als je een overstromingsdeskundige bent, kun je antwoorden met: ‘nou nee, daar hou ik niet van, maar inktvissen zijn waterdieren en met water heb ik wel wat. Namelijk…’. Het is een oefening in focus: hoe kom je waar je wilt wezen?  Je moet het wel kunnen, maar het is beter om te zorgen dat de journalist gewoon de goede vragen stelt.

Drie fases
Als je een interview doet, moet je vooraf goed bedenken wat je met een interview wilt bereiken. Aan vrijwel alle radio- en TV- interviews gaat een voorgesprek vooraf, de eerste fase van voorbereiding. Daarin moet je verkennen wat de belangen en  verwachtingen van de journalist zijn. In een interview met een deskundige zijn journalisten gewoonlijk heel open over wat ze nodig hebben. Je kunt dus heel goed verkennen met welke informatie de journalist het meest geholpen is. Als je dat goed helder hebt moet je in de tweede fase van voorbereiding goed nadenken over je boodschappen. Je moet ze afstemmen op de behoefte van de journalist en zijn/haar publiek, en voorzien van goede voorbeelden, metaforen en vergelijkingen.

Tot zo ver allemaal ‘textbook’ mediatraining, maar er is nog een derde fase in de voorbereiding. Die is minder bekend, maar eigenlijk het krachtigst als het gaat om het beïnvloeden welke vragen je in het interview krijgt.

De derde fase is het moment dat de interviewer  al bij je is, maar het interview is nog niet begonnen. Bij een live radio-interview komt een journalist vaak te vroeg – hij/zij moet rekening houden met files, parkeren, jou zien te vinden, verbindingen checken etc. Er is dus altijd wel een halfuurtje ruimte. En NADAT je hebt gezorgd voor koffie is dat een ideaal moment om de zaadjes te planten voor een paar goede vragen.

Nieuwsgierigheid opwekken
Ik illustreer dit altijd met een interview voor een studentenproject, waar studenten bijvoorbeeld hun nieuwste racewagen onthullen. “kijk, wat ik echt gaaf vindt aan onze nieuwe racewagen is dit knopje. Daar activeer je namelijk een laserstraal mee onder de auto waarmee… ‘ enzovoort.

Je voelt al aan wat er dan in een interview gebeurt: de journalist gaat ergens vragen “zeg, waar is dit knopje eigenlijk voor?’ want hij of zij weet al dat je daar een mooi, relevant verhaal over hebt. Zo hou je heel natuurlijk de regie in handen.

BNR
Woensdag 13 februari was ik in de studio van BNR voor een studiogesprek van een halfuur, het ging over ruimtevaart naar aanleiding van het faillissement van MarsOne. Daar zat ook zo’n momentje, namelijk in het reclameblok halverwege. Tijdens de reclame, dus buiten de uitzending, vertelde ik de presentator dat de afgelopen 20 jaar het aantal mensen dat voor ‘Ruimtevaart’ naar de TU Delft komt enorm is gegroeid. Toen ik ging studeren in de jaren ’90 was het een handjevol (het merendeel van de 400 eerstejaars kwam voor Luchtvaart). Nu is het de helft.

Nou luister maar, wat er vervolgens gebeurde op 17m38s.

Oja, heel soms gaat dit mis, als een geïnterviewde dit foefje per ongeluk gebruikt. Soms hoor je dat op de radio, dan valt het interview stil: ‘Maar dat heb ik toch net al verteld??”.

Michel

Share

You may also like...

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.