Vorige week ging dit filmpje viraal, waarin MSNBC presentator Lawrence O’Donnel de Amerikaanse politieke pers en de netwerken de oren wast. De aanleiding was het integrale uitzenden van de persconferentie van Donald Trump die week, vol aantoonbare desinformatie1. O’Donnel windt zich vooral op over de dociele manier waarop journalisten vragen stelden. Dat laatste oordeel laat ik graag bij hem2. Helaas bleef de belangrijkere vraag waaróm de netwerken het allemaal live uitzonden op de achtergrond. Desinformatie live is potentieel gevaarlijk, dat weten journalisten ook. En toch zonden alle netwerken de persconferentie live uit, om een simpele reden.

Het gevaar van desinformatie is dat wij mensen niet zo goed zijn in het onthouden van feiten, maar wel heel gevoelig zijn voor de bijbehorende emoties. En desinformatie wakkert altijd sterke, negatieve emoties in mensen aan, die vaak al sluimerden: boosheid, angst, verontwaardiging. Emoties die vrij makkelijk ‘aan’ te zetten zijn, maar die je niet meer zo makkelijk ‘uit’ krijgt3. Zo creëer je een boos, bang en verontwaardigd land.
Desinformatieverspreiders zoals Trump weten dat de feiten niet blijven hangen, en dat alleen de emoties er toe doen. En ze weten ook dat als je het extreem veel doet, je de journalistieke taak om feit en fictie te scheiden totaal overbelast. De techniek heeft een naam: ‘flood the zone with shit’. In deze persconferentie haalde hij makkelijk een stuk of honderd aantoonbaar onjuiste uitspraken. Er is geen beginnen aan.
Mensen die structureel desinformatie verspreiden kun je dus beter niet live op televisie toelaten, lijkt me. En toch doen televisienetwerken dat met mensen als Trump (en bijvoorbeeld Nigel Farage) massaal toch. Vaak hoor je, ook van felle tegenstanders, het compliment dat dit iets is waar Donald Trump echt goed in is: het bespelen van de media. Dat geloof ik niet. De man doet dingen instinctief, de man is daardoor onvoorspelbaar. En dát is precies het probleem voor de journalistiek.
Het klinkt gek, maar in het dagelijkse journalistieke-politieke bedrijf is heel weinig onvoorspelbaar. Het is voor de kijker niet zichtbaar, maar in de praktijk weet de journalist vaak allang wat de politicus gaat zeggen in de speech of op de persconferentie. Ze zijn er door voorlichters over gebeld, ze hebben het persbericht onder embargo gekregen, in een poging om de schijnwerper de goede kant op de krijgen. De journalist hoeft alleen nog even te besluiten of ie het ‘nieuws’ vindt, en het spelletje mee te spelen (heel soms…).
Donald Trump is een grote uitzondering: bij hem weet je nooit wat ie gaat doen, zijn campagneteam weet het meestal ook niet – en hijzelf ook niet. Die onvoorspelbaarheid geeft de journalistiek een dilemma. De man zou iets bijzonders kunnen zeggen of doen, en in de competitieve en commerciële Amerikaanse mediawereld kun je je het nauwelijks veroorloven ‘nieuws te missen’. Je moet de eerste zijn. Je weet dat het publiek gaat kijken, wellicht om dezelfde reden waarom publiek kijkt naar een acrobatenact in de nok van het circus. Ondanks het gevaar, ook voor de journalistiek zelf (‘enemy of the people’) zenden ze het uit, live, allemaal.
Maar je moet het dus niet uitzenden, want al die aangejaagde angst, boosheid en polarisatie maakt een democratische samenleving kapot. De enige manier om dat te voorkomen is als journalistiek onderling afspraken maken: ‘structurele desinformatieverspreiders krijgen geen live podium’4, en daar richting je publiek heel duidelijk over zijn. In Nederland kennen we deze dynamiek nog niet echt, maar dat is vrees ik een kwestie van tijd. Als ik het Genootschap van Hoofdredacteuren was: ik zou er niet op wachten. Van onze zuiderburen weten we dat het kan.
Michel
- Het verschil tussen misinformatie en desinformatie doet ertoe. Misinformatie is per ongeluk, desinformatie is doelbewust. Leugens dus, al geeft een geroutineerde desinformatieverspreider dat natuurlijk nooit toe. ↩︎
- Zou jij als journalist een scherpe vraag durven stellen, als je weet dat Trump persoonlijk achter mensen aan gaat, en soms ook achter hun partner? ↩︎
- Dat probleem zie je ook wel eens bij kabinetsformaties: in de verkiezingscampagnes waarschuwen ze de kiezer voor het gevaar van de ander, om daarna tegen het probleem aan te lopen dat je moet uitleggen waarom je toch gaat samenwerken. ↩︎
- Ik zeg niet dat je ze moet negeren. Je moet het over ze hebben, je kunt stukken uitzenden, maar als je het niet live doet kun je keuzes maken, de feiten rechtzetten en context bieden. ↩︎
