Als je de krant leest, de socials opent of de troonrede hoort dan lijkt het of de polarisatie helemaal uit de hand loopt in Nederland. Maar is het ook waar? Neemt de polarisatie de laatste jaren steeds verder toe? Het lastige is dat het begrip nogal ongedefinieerd is, want wat een spreker met ‘polarisatie’ kan bedoelen is nog al breed. Polarisatie kan helderheid verschaffen over standpunten van politici, wat prima is. Maar als het bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet, lijkt me dat niet prima.
Je kunt polarisatie niet zo makkelijk ‘meten´. De vraag stellen: ‘bent u gepolariseerd?’ is niet zo nuttig. Uit onderzoek van het SCP blijkt eigenlijk vooral dat we het gevoel hebben dat polarisatie toeneemt. Nogal wiedes als je het elke dag hoort. Maar IS het ook zo?
Toevallig zat ik recent in de data van het CBS (Statline), die al jarenlang onderzoek doet naar vertrouwen. Het CBS onderzoekt het vertrouwen in instituties, maar ook het vertrouwen in de medemens. Je zou kunnen betogen dat dat laatste wellicht een graadmeter is voor de mate van polarisering in de samenleving.
En wat schets mijn verbazing: dat vertrouwen in de medemens is de afgelopen 12 jaar toegenomen. En best fors ook (niet mopperen over de y-as Ionica, dat doet statline zo).

Iets vergelijkbaars zie je ook bij het vertrouwen in de rechterlijke macht (waar ik op dat moment in geïnteresseerd was: flink toegenomen, met een dipje in 2022 (Corona?) dat intussen weer hersteld lijkt.

Mijn eerste gedachte daarbij was: die stijging zal dan wel vooral bij theoretisch opgeleiden zitten. Maar wat schetste mijn verbazing: het klopt dat het vertrouwen bij theoretisch opgeleiden hoger is dan bij praktisch opgeleiden, maar nee: het vertrouwen van de eerste groep is vrij constant, vooral bij de tweede groep is het gestegen – alleen bij mensen met alleen basisonderwijs daalt het na corona weer – maar het is nog steeds hoger dan in 2012.

Leeftijd dan? Oudere, ´verstandige´ mensen zullen toch wel meer vertrouwen in de rechter hebben dan onbesuisde jongeren? Precies andersom, en de verschillen zijn fors kleiner geworden.

De kloof tussen stad en platteland dan? Hetzelfde. En dat was een voor mij best opmerkelijk resultaat. Het vertrouwen is vooral bij mensen op het platteland flink gestegen.

Wat ik zelf het meest opvallend vond: of je nu kijkt naar opleiding, verstedelijking of leeftijd, de groepen zijn naar elkaar zijn toegegroeid. De verschillen worden kleiner. Je kunt op basis van deze informatie geen zinnige conclusie over polarisatie trekken, maar je gaat wel twijfelen.
Misschien is het beter om polarisatie als een werkwoord te gaan gebruiken. Want dan is het meteen glashelder wie er polariseren, of het leidt tot polarisatie is een heel andere vraag. Of er een oorzakelijk verband is weet ik natuurlijk niet, maar nou net het vertrouwen van de maatschappij in die beroepsgroep (politici) keldert wel. En ook dat is ongeacht verstedelijking, opleiding of leeftijd.
Het effect van polarisatie lijkt dus te zijn dat we het meer met elkaar eens worden. Ergens vind ik dat – in deze onrustige tijden- toch een bemoedigend gegeven.
Michel

Mooie analyse Michel